De Molenaars

Dennis Eefting en Gerard de Haan (links resp. rechts op de foto) zijn de vrijwillige molenaars van de Jantina Hellingmolen in Aalden.

Dennis Eefting
Sinds hij op 8-jarige leeftijd met school een bezoek bracht aan de molen was hij in de ban van de molen. Een jaar later begon hij met hand- en spandiensten in de molen te werken. “Ik was geen voetballertje, maar kon mijn energie kwijt in de molen. Het begon met een zeil voorleggen of de wieken op de wind zetten. Toen ik zestien jaar was, moest ik een keuze maken. Een cursus volgen voor molenaar of toch betaald weekend- of vakantiewerk doen. Ik koos toen voor het laatste. Als jonge jongen wil je natuurlijk ook wel eens met je vrienden op stap.”

In 2005 pakte Dennis de opleiding voor molenaar op en na anderhalf jaar was hij geslaagd als vrijwillig molenaar. Samen met andere vrijwilligers is hij iedere zaterdag in de molen te vinden. “De molen is een herkenningspunt in Aalden”, aldus Dennis, “maar heeft ook een maatschappelijke functie. We betrekken de schooljeugd bij de molen en laten hen zien waar het meel voor hun brood nu eigenlijk wordt gemaakt. En de molen is een toeristische trekpleister, we krijgen hier heel veel bezoekers en dat is natuurlijk goed voor Aalden.”

In de molen worden meelproducten verkocht, maar het meel wordt tegenwoordig niet meer in de molen zelf gemalen. “De regels voor hygiëne zijn zo streng”, zegt Dennis, “dat we daar als vrijwilligers gewoon niet aan kunnen voldoen. Behalve meelverkoop zijn we ook actief tijdens de Molendagen, organiseren we onder andere jaarlijks een boekenmarkt in de molen en natuurlijk zijn we verantwoordelijk voor onderhoud aan de molen.”

Dennis wil benadrukken dat hij zijn werk als molenaar alleen maar kan doen met hulp van het bestuur en vrijwilligers. “Alleen kun je het niet. Er is een grote groep vrijwilligers die ervoor zorgt dat het hier levendig blijft en die de molen draaivaardig houdt. Maar dat neemt niet weg dat ik in gedachten de molen altijd ‘mijn molentje’ noem. Als ik vanuit Meppen aan kom rijden en ik zie de molen als markant punt in Aalden opdoemen denk ik altijd: “we zijn weer thuis!”

Gerard de Haan
Sinds kort is het molenaarskorps uitgebreid met Gerard de Haan. Hij is echt in zijn element. ‘Mooie molen op een schitterende locatie, fijne collega molenaar, gezellige ploeg fanatieke vrijwilligers. Fantastisch om op en rond de Jantina Helling-molen te vertoeven!’
Van jongs af aan is Gerard al geboeid door techniek. ‘Ik heb na de middelbare school de opleiding tot scheepswerktuigkundige gevolgd en ben van 1988 tot 1998 als “machinist” werkzaam geweest bij de Nederlandse koopvaardij.’

Een paar jaar geleden ging bij De Haan het molenaarsbloed flink kriebelen. Hij blikt terug: ‘In 2012 is de Sleener Molenstichting De Hoop opgericht en deze stichting was op zoek naar Sleeners die de opleiding tot molenaar wilden gaan volgen. Ik had weinig bedenktijd nodig. Molens zijn de oorsprong van veel techniek en dus sprak mij dat wel aan. Mede door de opleiding en de zeer enthousiaste instructeur molenaar Jannes Tigelaar ben ik echt besmet geraakt met het molenvirus. De opleiding duurde van februari 2012 tot oktober 2014 en sindsdien is de fascinatie voor molens alleen maar groter geworden.’

De 37-jarige De Haan is getrouwd met Marjolein en vader van twee dochters Sanne (14) en Coco (11). In het dagelijks leven is de inwoner van Sleen werkzaam als technisch tekenaar. Als freelancer werkt hij voor technische bedrijven en verzorgt hij productverbetering-trajecten met behulp van 3D digitaal ontwerp.

Nu het molenaar korps in Aalden is uitgebreid, hoopt De Haan dat er iets meer tijd komt voor het onderhoudswerkzaamheden. ‘Ik hoop dat we de komende winterperiode tijd kunnen vrijmaken om beide maalkoppels eens “bloot te leggen”. Met als doel om de molen weer helemaal maalvaardig te maken en als het kan zelfs weer te gaan malen. Voor consumptie mag het niet, maar als demonstratie is dat natuurlijk erg leuk. Ik hoop dat één of meerdere boeren in de buurt van Aalden en Zweeloo de bereidheid hebben om ons te sponsoren met een paar zakken graan. Vervolgens kunnen we het maalgoed dan weer schenken aan een veehouder in de buurt, die het dan als veevoer kan gebruiken. Op die manier kunnen we met gesloten portemonnee de molen weer echt laten werken. Een mooi vooruitzicht.’

Gedeeld